IK BEN EEN RODE VERDWIJNENDE STIP AAN DE HORIZON
IK BEN EEN VERDWIJNENDE RODE STIP AAN DE HORIZON
We drinken verse koffie in een net geopende strand tent.
Vegen het laatste zand tussen kriebelende ledenmaten.
Praten bij, maken afspraken en beloftes.
Tussen door word ik naar je schoot getrokken en turen we licht zoenend , aan je nek hangend, naar de niet meer hoorbare deinende zee.
Ik snuif je geuren diep.
Lik je nek.
Vang door de ramen het snijdende geluid van een zeemeeuw op.
De barman kijkt, glazen poetsend met dichtgeknepen slaap ogen, de nacht nog in zijn voeten voelend, glimlachend naar onze liefkozingen.
Hij geeft een dikke knipoog weg als we beiden gebogen in een stille houding de tent verlaten en ons naar ons eigen afscheid duwen.
De denderende trein trekt je in alle onwaarschijnlijkheid uit mijn verbleekt betraande gezichtsveld.
Ik dwing mezelf met loden schoenen terug te gaan naar mijn opgedroogde opgegeven , eerst gebarsten, daarna uit elkaar gevallen leven.
Alleen mijn werk houdt stand.
De rest is als zand vergleden.
Terug naar iemand die in zijn eigen schaduw leeft, me nimmer iets heeft geleerd en ik telkens tegen sporen blijf stuiteren van de afgepakte identiteiten die de onzichtbare man in de loop der tijd van mij bij elkaar heeft gesprokkeld.
Mijn sporen in zijn kleren, uitspraken en gewoontes die hij weer verliezen zal als ik als een rode stip aan de felle horizon verdwijn en hij verloren in zijn grijze vierkante kleine wereld naarstig naar een andere luisterende borst zoekt en zal vinden.
Hij heeft mij nooit gekend.
De capaciteit daarvoor ontbrak eenvoudig.
Het lot van de schaduw mens.
Mijn ene leven is tijdelijk gestopt.
Geen doek wordt aangeraakt.
Enkel wat krasjes , schetsen en een nieuwe BoeroeboeroeVrouw komen vaag uit mijn handen.
Mijn werkkamer ligt overhoop van de plots ingeslagen ordening en selectiedriften die los zijn gebarsten.
Samen met het verzamelde stof en nog meer kleine restanten begint de berg op een tijdelijke vuilnisbelt te lijken. Maar dan een zonder geuren van voedsel resten of het gekrijs van pikkende meeuwen en wegschietende piepende ratten.
In mijn hart kreunt onze laatste ontmoeting voort.
Ze dendert als een roze stomende schuimpjes locomotief vol rode rozen door mijn ziel waar je vertrekkende, steeds meer vervaagde gezicht voorbij flitst en vang ik je nagalmende laatste lieve woordjes in een doosje, ze met exotisch parfum besprenkel en chronisch op snuif zodat mijn ogen gaan glimmen en mijn huid weer opbloeit na het gloeien tegen de jouwe.
DE KNOESTIGE HOUTEN WOLKERS DOOD
DE KNOESTIGE HOUTEN WOLKERS DOOD
Ze zijn nu haastig de laatste glimpen van de dode kunstenaar Jan Wolkers aan het verzamelen en bij aan het sprokkelen.
Als blauw glimmende snelle brommende vliegen duikt men op je af.
Niet alleen de dood is je aan het eten, ook de mens met al zijn hebbedingen, verzamelwoede en angstbezweringen doen mee om de laatste opgerakelde troffee’s van jou hand en herinnering sussend te kapen.
De storm des doods duurt al dagen tot ook zij luwt en een ieder weer terug zal worden geworpen in zijn eigen sterfelijke vluchtende bestaan.
Je trillende stem verraadde gevoelsmens te zijn.
Ze zal straks zonder echo in de put van de duisternis tussen rozenblaadjes knoestig zonder ooit nog te zuchten, gaan liggen en je dierbaren je langzaam met intense pijn en moeite jou in hun hart verschansen om koesterend en later draaglijk mee te worden genomen in hun eigen eeuwigheid.
Prachtig was de schittering die op je begrafenis ontstond toen bijzondere herinneringen en voorvallen betraande ogen lieten glanzen, wangen deed blossen, hoofden knikten van de dankbare herkenning zodat de dode in deze schone momenten weer naar het leven trok.
Het stoere knoestige onbehandeld hout was in kist vorm om je koude bewegingloze lijf heen getimmerd waarbij de handvaten het liefst van gevonden strandjutters touw hun laatste dienst hadden bewezen.
Ook dat straalde geluk daar een kunstenaar dicht bij zich zelf leeft nadat hij met een kapmes al het verstorende aangeleerde weg heeft geworpen om zijn leven lang naar zich zelf durft toe te kruipen waardoor de gesloten harten van anderen vanzelf geopend kunnen worden.
Meer is het niet.
Meer mag het niet zijn op weg naar de dood die van ons allen is .
Ga nu maar gauw jezelf als stofje tussen de slakken, kikkers, torren, vliegjes en duizenden bijzondere planten en een kwetsbaar roze licht tussen de cirkel van het leven planten.
Ze kennen je stem al.
Ze kennen je geluid.
Daar, voorbij de stilte……..
DE BRANDENDE ZEE OP LUSTEN BETRAPPEN
DE BRANDENDE ZEE OP LUSTEN BETRAPPEN
Lang geleden lag ik een keer aan de zee 800 kilometer verderop toen mijn huis vlam vatte en mijn lieve boekenkast en wat meubulair smolt.
Jaren later smolt ik op een andere plek aan de Nederlandse kust:
Op een ander strand pak je me beet waar een hete kronkelende bronstige wereld het van me overneemt en ik je met huid en haar wens te verslinden.
‘Kom dan’,
‘Kom dan’,
roepen mijn vooruit getuitte lippen die zich opgezwollen aan je willen zuigen en alleen nog warme lekkende glimmende slijm sporen sissend kunnen achter laten.
Ik ruk knopen los en storten we, zacht ploffend, in het zachte duinzand.
Ik wil dat het stoom van je huid de mijne raakt.
Binnen in barsten kreetjes los , die zich in het heet geworden perziken vlees tussen mijn benen verzamelen.
Ze willen meer.
Ze willen meer.
Staan op knappen als de druk van een stoomketel met stroop en kolkende bubbels verse lava stroom.
Je brede nek ligt voor het grijpen en zuig ik me vast.
Je bromt en kreunt lieve dingen, verwelkomt mijn kronkelende lijf met beide handen die mijn heupen stevig omarmen en wat wiegen.
Steeds sneller op en neer.
Handen glijden zwoel knijpend langs mijn tepels , borsten, billen, buik, tot mijn op en neer gaande perzikenvlees ze in haar vocht gevangen zet en je handen opgewonden mijn lusten knopje in stevig ritme beweegt.
Ze willen meer.
Ze willen meer.
Je zuigt mijn tepels harder stijver groter, net zoals je hete mannenvlees die zich smachtend met natte hete slurpende stoten lieflijk in mij wroet en onze lijven losgebarsten in een honing schurend glijdend hijgend landschap brengt waar ratelslangen tongen en opgezette delen in een universum van hitte smeltend uit elkaar spat en liefde zijn blinkende woest hijgende schoonheid knetterend laat zien.
Als we even later aan elkaar klevend langs het blozende fluisterende strand slenteren , breed glimlachend knopen dichtend, aan broeken sjorrend, zoekt en vind mijn mond steeds de jouwe.
IN MIJN FAMILIE HUIST EEN MOORDENAAR

In mijn familie huist een moordenaar.Nou, eigenlijk twee.
Mijn voor, voor, voor, voor opa kwam eind 1700 uit een Zwitsers gezin met vier broers naar Nederland.
Eeuwen later werden daar, via één van die broers, twee moordenaars gebakken.
Ja, gebakken!
Want denk maar niet dat de meeste mensen als moordenaar geboren worden.
Dat is zo gegroeid.
Die achter familie was een beschaafd rijk nest. Ze bezaten grote landhuizen en een inmiddels, tot multinationaal uitgegroeide verzekeringsmaatschappij.
De vader van het gezin werkte hard en was de moeder een liefde volle wat slaafs aangepaste dame die er altijd op en top verzorgd uit zag en dienend op de achtergrond van haar man een leven leed.
Dat was normaal in die tijd.
Men wist niet beter.
Enfin, dit hard werkende in Baarn wonende elite gezin kreeg vier kinderen.
De maatschappij met zijn streberige ongeemancipeerde en kindonvriendelijke normen slokte het gezin op.
Aan de buitenkant leek alles rozengeur en manenschijn terwijl er onder het vers gemaaide groene gras adders broeiden die er op een dag uitkwamen.
Het noodlot sloeg toe.
De moeder stierf plotseling en werden de puberkinderen door verschillende ‘kindermeisjes’ samen met het niet kunnen verwerken van de dood , langzaam aan hun lot overgelaten.
Aan materie ontbrak het niet.
Aan emotie wel.
Daar zijn ze toch al wat schaars in bij sommige familie leden waarbij de ratio en het uiterlijke vertoon vooral het hoogtij viert.
De vader trouwde kort daarop met een huishoudster met een warme inborst. Maar ze kon geen vat krijgen op de jongens.
Alles was te veel in de tijd gepropt.
Alles ging te snel.
Op een dag kwam er een van huis weggelopen vriendje om hulp aan kloppen.
Nou, dat wilden de losgeslagen beschaafde jongens wel.
De wereld was toch al zo boos en verstopten ze solidair hun vriendje in een torentje van het landhuis waar zich een bovenkamer bevond.
Ze brachten de weggelopen jongen eten en gingen ook snachts met zn drieen op pad om kattekwaad uit te halen. Daar behoorde het stelen van bromfietsen ook bij.
Na een paar dagen was de weggelopen jongen ontevreden geworden.
Hij eiste meer (wat weet ik niet) en begon hij de doorgeslagen jongens te chanteren.
Zo van ‘Als je dit niet doet, dan zeg ik het van dat stelen van die bromfietsen.’
Op een dag werd het een van de jongens te veel.
Hij werd bang en besloot de chanterende jongen voorgoed te verstoppen.
De andere jongen deed met zijn oudere meer dominantere broer mee.
Met een touw hebben ze de jongen gestikt en stiekem in de beerput van de boerderij op het landgoed ondergedompelt.
Twee jaar later heeft de boer de beerput schoongemaakt en ontdekte daar de restanten van iets menselijks.
Toen ging de bal rollen.
De recherche, die bevriend was met de familie, kwam, nadat het overzicht helder was , die avond een borrel drinken bij de vader, legde het delict bloot en werden de jongens de volgende ochtend in alle stilte gearresteerd.
Een schijnt er nog ontsnapt te zijn en vier dagen later bij de kladden genomen te zijn.
Door deze gang van zaken ontstond een schrijnend voorbeeld van klasse justitie.
De pers en de menigte waren woedend.
Wat er van ze , na de gevangenisstraf , terecht is gekomen weet ik niet.
Er gaan geruchten rond dat de een advocaat is geworden en zich in Australie heeft terug getrokken.
De ander heb ik nog wel eens op een familie reunie brallend en met een drank muil op een afstand een seconde gade geslagen.
En dacht ik wel even:
‘Daar staat nu wel de echte moordenaar.’
In zijn stem sist de angst samen gebundeld met de agressie nog na………
In het genealogische familieboek met verhalen en afstamgegevens staat ook angstig dit noodlot niet vermeld.
Wat moeten de mensen wel niet denken.
En dat terwijl , het een tragisch gegeven is waarbij nog steeds in de hoofden van velen het overzicht totaal ontbreekt.
Dat is jammer.
De maatschappij , de mensen zouden er iets van kunnen leren………..
Op de foto een van de jongens tijdens de lucht pauze en een bericht uit
‘Ons lieve leven.’
100 jaar Nederlandse krantenfoto’s
ISBN 90 204 375 26
AAN HET STRAND ZOENT HET RITME VAN DE KOLKENDE ZEE MIJN ORN
AAN HET STRAND ZOENT HET RITME VAN DE ZEE MIJN OREN
Aan het strand zoent het ritme van de kolkende zee mijn oren.
Je hand omklemt de mijne zo , dat het lijkt of ze nooit meer los van elkaar willen.
Af en toe pak ik een vurige glimp van de liefde in je ogen.
Mijn hakken zakken steeds dieper in het losser wordende zand als we naar de schuinere duinkant lopen.
‘Kom , laten we gaan zitten’, fluister ik tussen het gekrijs van de meeuwen in.
Ik schok me half liggend in zijn schoot en turen we , na warme vochtige zoenen, naar de witte schuimkoppen en donkere bootjes die als stipjes aan de horizon geruisloos voorbij glijden.
Je armen houden me stevig vast .
Ik hap naar je nek en wens ik dat we nu dood gaan zodat we voor altijd in dit verstilde moment mogen blijven kleven.
Mijn tong wil de jouwe proeven.
Ik draai me om en ga op je liggen.
Voel je warme huid mn lippen kussen.
Ik wil meer en kronkel .
Trek kleren los.
De duinen doen hun ogen dicht als mn hard geworden tepels je uitdagende mond opvullen en nog meer lustig vocht ons prikkelend lachend achtervolgt.
MACHTSMISBRUIK BIJ DE REDACTIE VAN HET VOLKSKRANTBLOG
N.A.V. de antwoord brief die mn jurist van de redactie ontving.
Het is een grote zeep bel:
De volkskrantweblog kan zich verschuilen achter een ingebedde regel dat ze ten alle tijden het recht hebben om een blog te verwijderen.
De redactie schreef dat ze een lange tijd geduld hebben gehad met mij. En ze beklaagden zich over de stapels mail die zij hebben verzonden. Als ik het stapeltje mails bekijk kom ik tot de volgende conclusies:
- 2 jan 07.SCHRIJF IK EEN VERZOEK een bijdrage van RobertEngel a la CrisiTutloni….die bijdrage hebben ze verwijderd.
- *maart krijg ik een berisping dat ik een i.p. nummer van iemand heb gepubliceerd waarvan ik dacht dat dat een trol was die mij treiterde. FOUTJE VAN MIJN KANT
- eind maart krijg ik het ADVIES me wat rustiger te gedragen in de discussie (bij Alib) over LWH(shockblog). Deze hadden toen net mijn echte naam gepubliceerd.
- Op 22 juni krijgt de redactie een klacht van Gingy, die tot mijn vrienden kring behoorde en me soms katten geeft via het weblog. Ik heb toen gevraagd of ze daarmee wou stoppen, doch ze bleef doorgaan en ben ik terug gaan katten en heb ik later op verzoek de reacties verwijderd. IK ZET INITIALEN OP HET BLOG EN VERWIJDER ZE OP VERZOEK In de mail leg ik GJB uit hoe de vork in de steel zit.
- Op 6 juli HAAL IK EEN REACTIE OP VERZOEK WEG.
- Op 6 aug. WAARSCHUW IK DE REDACTIE dat ik in een valsstrik ben gelokt door Lucaswashier via Door. Ik geef de redactie ook aan dat ik bedreigd ben door RobertEngel.’Die mij kapot zullen maken. De redactie reageert daar helemaal niet op.
- 7 aug . DE REDACTIE SCHORST MIJ TIJDELIJK omdat ik zgn betrokken ben in de vele persoonlijke aanvallen die erop het blog plaatsvinden. IK BEN NIET BETROKKEN.
- 8aug. VRAAG AAN DE REDACTIE: waarom ik tijdelijk geschorst ben .Ze vinden dat ik te overgeproportioneel gereageerd heb.Ik bied daarna mijn excuses aan en berust me in de tijdelijke schorsing.
- 12 aug . wordt ik PERMANENTE VERWIJDERING omdat ik deze opmerking maakte:
‘Christina, je zal het wel erg druk hebben, zo hier wat krummels verwerken en bij Lucaswashier ook permanent aanwezig zijn.’
Pfffff…waar gaat het allemaal over?
Die enorme stapels mails die de redactie beweerde gestuurd te hebben, (die trouwens in tien minuten zijn getypt,) daar zijn er VIER van mij bij , TWEE mails van de redactie met een verzoek om iets te verwijderen. EEN keer maak ik een foutje met i.p. nummers En EEN keer van ik nog een restant van reactie vergeten te verwijderen en de REST VAN DE MAIL, GAAT OVER MIJN SCHORSING EN VERWIJDERING.
De redactie heeft dus uit zich zelf, buiten de correspondentie over de verwijdering of schorsing, VIER MAILS naar mij geschreven in bijna een jaar tijd.!
Er zijn bloggers die wekelijks met de redactie ‘corresponderen.’
Ook dat de redactie mijn totaal onschuldige anonieme blogjes met gedichtjes als STALKEN ervaart, betekent dat ze in een doorgeschoten woordkeuze/visie leven. De Redactie beweert ook dat ze mijn hand boven het hoofd hebben gehouden omdat ik slachtoffer was van een shockblog site. Ze hebben me nimmer de hand boven het hoofd gehouden. Als ik er eens een bijdrage over schreef was dat volkomen volgens de spelregels.
Ik heb nimmer een serieuze actie van ze gezien betref. F. LaFarbe of Conan of Robert Engel; Deze konden gewoon op het volkskrantblog doorgaan met mij sarren.
Ik vind dat ik een normaal reactievermogen heb en vallen MIJN ZGN GRENSOVERSCHRIJDINGEN erg mee.(Nagenoeg alles is nog op mijn blog te lezen)
Zeker in vergelijking met hoe andere bloggers chronisch met elkaar omgaan.
Nimmer heb ik gescholden! Ik heb mezelf gewoon via kunstvormen vaak satirisch verdedigd en mensen met hun laffe gedrag geconfronteerd. De redactie op het volkskrantblog doet aan willekeur en is niet objectief en consequent in zijn besluitvormingen.
Als ze dat zinnetje niet in hun gebruiksaanwijzingen hadden staan, dat ze het altijd recht hebben om iemand zomaar te verwijderen, was ik echt door gegaan tot de kantonrechter.
Dit moest ik nog even kwijt.
Ik heb er immers twee jaar met plezier ‘gewerkt’ en gaat het mij nog steeds van het hart hoe de redactie op mij heeft gereageerd…….
En ……zal het moeten afronden.
DE KIP, BLOEDMOOIE VROUW EN DRAAK
KIP, DRAAK EN BLOEDMOOIE VROUW
Op een dag verdwaalde Kip.
Ze kwam in een enorme grote stadstuin met een verscholen landhuis terecht en kon de weg terug niet meer vinden.
De bloedmooie Vrouw en de draakjes van het landhuis vonden het wel aandoenlijk zo’n rode gezellig scharrelende kip in ‘hun midden’.
Ze beval de draakjes onmiddellijk om de kip met rust te laten.
‘Ze is geen speelbal of avondeten!’ knisperde ze fel.
De draakjes bogen hun koppen en schaamden zich voor wat er binnen in hun stormachtige lijven plaats vond.
Ze beloofden plechtig dat ze de kip met rust zouden laten.
Geen haar op hun hoofd die er aan dacht de kip te krenken.
Laat staan op te eten.
De enige die moeite had met het verschijnsel draak, was kip zelf.
Telkens als ze op een flinke afstand een kop van een draak zag, zette ze em op het lopen.
Ze maakte daarbij angstige piepkleine gilletjes.
Nadat dit tafereel zich te vaak in het zicht van Vrouw had voltrokken, besloot ze er iets aan te doen.
Vrouw trommelde de trillende Kip en een van de draken op, zette ze tegenover elkaar aan het ronde tafeltje onder het prieel in de weldadig begroeide tuin.
Ze schonk sterke hete mint thee in de dikke hoge glazen.
Nadat ze gedrieen verwonderd naar de dampen van de thee hadden gekeken en Kip inmiddels was uitgetrild , sprak Vrouw:
‘Kip is bang voor jou, draak…….en daar moet verandering in komen.’
Kip zei niks.
Alleen de neiging tot trillen voelde ze in haar opgezette keeltje kloppen.
Kip kuchtte de angst weg.
Draak fronsde zijn wenkbrauw en zei met een hoog stemmetje:
‘Ik doe niks. Alleen het aanschouwen van mij brengt haar al tot waanzin.’
Draak slikte de brok in zijn keel weg.
Kip, die toch wou deelnemen aan het gesprek, schraapte al haar moed bij elkaar en zei sputterend doch verstaanbaar:
‘Ik ben bang voor het vuur in zijn mond. Voor je het weet ben ik een gebraden kip met knapperige welriekende korstjes!’
Vrouw en draak keken elkaar aan en konden het proesten wat in hun mond naar buiten wenste te ontsnappen nog net binnen houden.
Draak zette zijn meest vriendelijkste stem op, keek lief naar Kip en zei:
‘Ach, lieve Kip, ik spuug alleen maar vuur als ik erg boos ben. En op jou, jij lief klein wezentje zal ik nimmer boos kunnen worden. Je bent veels te klein voor mijn vuurspugende boosheid.’
Kip veranderde van zit en knoopte dit gegeven goed en wel in haar oren.
Nadat alle sporen van angst uit haar ronde lijfje verdwenen, nam ze haar goede voornemens bij de kladden, slurpte een bodempje thee hoorbaar leeg en fladderde even later richting het hoofd van de draak.
De ogen van de draak glunderden en in plaats van Kip ter plekke te barbequen, zette draak zijn grootste glimlach op zijn mond.
Toen Kip met al haar verzamelde moed op draaks kop belandde en daar ponificaal ontspannen bleef zitten, ontspruitte bij Vrouw, draak en Kip weldra een buldering van lachen.
De bulder klonk ver door de stad.
Ook Hoer en Hond hoorden het en wisten toen dat kip veilig was.
DE HOND, DE HOER EN DE KIP
DE HOND, DE HOER EN DE KIP
Kip scharrelt al jaren los.Wat een hok is of ‘op stok’ is , is Kip al jaren vergeten.In de loop der tijd is ze , al graantjes pikkend en zich telkens goed verstoppend voor de hongerige vos , verder gescharreld en in de stad terecht gekomen.
De buurten waar ze meestal terugkeert heeft Kip, als vrije losscharrelende vogel, geaccepteerd.
Dat scheelt.
Kip kan ook vliegen.
Op de een of andere manier is ze ooit ontsnapt aan de knipschaar die haar wilde kortwieken. Hoe dat nou precies in z’n werk is gegaan doet niet meer ter zake.
Kip bezit een rood oranje verenpracht, roze pootjes met zwarte fluwelen pantoffeltjes aan haar klauwtjes en een rood glimmend snaveltje. Haar zwarte glimmende oogjes die midden op haar kippen hoofdje zitten, schieten sterretjes als ze zich goed voelt.
Enfin, Kip kent Hoer en Hond.
Ze ontmoeten elkaar wekelijks tijdens de telkens terug kerende rondes die ze gedrieën allemaal op hun eigen wijze door de verschillende delen van de stad
maken.
De ene keer doorkruisen ze elkaar in het park bij de vijver onder de treurwilg en een andere keer ontmoeten ze elkander op of tussen de straten van het grote plein in het centrum van de lawaaiige stad.
Dit keer was een steegje aan de beurt.
Kip maakt fladder beweginkjes als zij Hond om de hoek ziet slenteren.
Hoer gilt ook iets spetterends de echo-ende ruimte in.
De staart van Hond draait als een propeller in de lucht en perst hij vriendelijk klinkende blafjes uit zijn blijde mond.
Daarna vervolgt het gesprek wat ze tijdens hun laatste ontmoeting achterlieten.
Hoer klaagt:
‘Tegenwoordig heb ik veel ongelijke concurrentie!’
Hond en Kip , die zij aan zij van Hoer lopen, kijken haar met verbazing aan.
‘Ík zie de laatste jaren steeds meer meiden in mijn lokkende lonk kledij lopen.’
‘Die arme beinvloedbare jeugd loopt als makke schaapjes de commercie en de media wereld achterna.’
Kip en Hond schudden hun hoofd.
‘Én dat terwijl het gewoon hier vandaan komt.’
Ze wijst naar de straat en naar de uitgang van het steegje.
‘Dat sommige jeugd in hoeren kleding loopt komt uiteindelijk uit de ghettos.’
‘Weten zij veel!’
Het wordt Kip blijkbaar iets te veel.
Ze sputtert en spattert:
‘En die ouders dan?’
‘Hebben die ouders dan niks te zeggen?’
‘Ách, sommige ouders zijn gewoon schaapachtige, te drukke uitgeputte lamzakken,’ knettert Hoer rap verder.
‘Die vinden het best als hun kids uren naar seksistische MTV programma’s kijken of meedoen aan de commerciele geld verslindende mode hysterie waar deze pubers in groepsverband aan verslaafd zijn.’
‘De commercie heeft mooi op hun kwetsbaarheid gespeculeerd en gewonnen!’
‘Vroeger werd je gediscrimineerd als je een beugeltje droeg……en nu wordt je uitgesloten als je je bilnaad niet laat zien of aan pijpen doet.’
Hond en Kip slikken hun woorden weg en laten hun hoofdjes zakken.
‘Kom!’ , roept Hoer,
‘Niet getreurd!’
‘De wereld verschraald dan wel…ze vergaat niet!’
Ze dribbelt naar voren, trekt haar zwart strakke rok recht, duwt vluchtig haar borsten omhoog en stampt in een goed ritme ,als een volleerd marionette, op de grond .
Hond en Kip volgen haar weldra op dit ritme.
Dat houden ze nog een tijd vol en vallen telkens monden open als de stoet in een langzaam ritme de snelle massa doorkruist………
HOND EN HOER ZONDER KLANT
HOND EN HOER ZONDER KLANT
Ik ben een hond.
Heus, een echte straathond met kronkelend aristocratisch bloed door mijn aderen. Ver weg ben ik gekruisd met een hazewind hond, een bullterrier en een deense dog.
Anyway, in dit leven ben ik een zwarte middelgrote kortharige straathond. Mijn ogen zijn donker en ruikt mijn vacht naar bloemen.
Donkere rode bloemen.
Ik slaap in de stad onder bruggen, in portieken en bij geluk in een schuur van een prettig soort mens.
Vandaag is het koud. Er guurt een snijdende wind door mijn vacht en voel ik mijn pootjes op het asvalt branden. Mijn maag is nog niet gevuld en struin ik al de hele ochtend vuilniszakken af naar voer.
Mijn hinkende poot is weer genezen en heb ik gezworen nimmer meer in dat steegje met die schurftige honden te komen. Tegen dat soort kan zelfs ik niet op.
Ik besluit om richting het plein te lopen. Daar word ik bijna word ik om ver gelopen door Hoer, een vriendin van mij..
Ze heeft net een klant zijn vuil in haar laten storten en loopt ze , schoongewassen en wel met kordate stappen richting het plein. Ze ziet me niet ,valt bijna over me heen zo op de harde keien. Nog net weet ze haar evenwicht te bewaren, laat een gilletje vallen, herkent me en roept mijn naam. Althans de naam die ze me gegeven heeft:
‘He, beessie, hoe is het met jou?’
Ze bukt en klopt op mijn vacht.
Mijn staart kwispelt en voel ik me lekker warm van binnen worden.
Ik schok me nog meer tegen haar benen aan.
‘Ách , lief diertje, lief diertje van me,’ zegt ze met de meest warmste stem van de wereld.
Ze blijft mijn vacht bekloppen en aait zacht over mijn kop.
Dan knielt ze en kroelt ze haar heerlijk geparfumeerde hoofd tegen de mijne.
Mijn tong likt haar wangen en wil ik dat dit moment nooit meer overgaat.
‘Kom, we gaan samen een broodje eten bij de snackbar van Piet op de hoek!’, fluistert dat wereld mens me in mijn oor.
Ze loopt verder.
Ik blijf staan.
‘Kom beessie, kom!’
Ze klapt een paar keer op haar bovenbeen en begrijp ik dat ik mee moet gaan.
Voor de deur van de snackbar zegt ze dat ik moet blijven zitten.
Gedrild als ik ben doe ik dat.
Even later komt ze neurieënd met een bak water en een zak broodjes naar buiten.
Met veel kabaal slurp ik, zodra ik daar oog voor krijg, het verse water naar binnen.
Als ik de geur van de broodjes met kaas en worst, die ze naast de drinkbak heeft gegooid, tot mij neem, ga ik bijna van mijn stokkie, zo intens heerlijk is de beleving.
Ik kijk naar de vorm, besnuffel het en neem voorzichtig een hap.
Daarna ga ik schrokken.
Vooral de worst en kaas piesen als engeltjes op mijn tong.
Ik ben blij dat dit me over komen is vandaag en wil Hoer bedanken voor haar gebaar.
Ze is echter in geen velden of wegen te bekennen.
Zelfs het wegklakken van haar hakken heb ik gemist.
HOER MET KLANT
FICTIE:
Het is vochtig in de etalage waar ik in zit.
Ik zit daar in zwart kanten ondergoed op een hoge kruk.
Mijn lijf houd ik in een atletisch gespannen vorm.
Soms draai ik wat met mijn billen.
Het straal kacheltje wat uit het zicht staat, verlicht de bedomptheid van de ruimte iets.
Het rode lampje boven mij, vergoeilijkt alles.
In het kamertje vlak achter me is een grote vochtplek op het behang te zien.
Zo’n hele donker grijze met zwarte weer stippeltjes.
Ook de waterkraan drupt .
Hoe ik ook aan de kraan duw of trek , ik krijg em niet dicht.
Zelfs niet met een knijptang.
Buiten spettert geruisloos de mot regen pesterig tegen het drukke plein aan.
Een lange dunne man in een vale verkreukelde verbleekte regen jas loopt richting mijn raam.
Hij steekt , als hij in mijn ogen kijkt zijn hand op en maakt een gebaar.
Ik knik en wenk em toe.
Hij knikt terug en loopt wat onhandig met een verstopte glimlach op zijn dunne mond, naar mijn deur.
Nog voor hij aan belt heb ik de deurknop in mijn hand, een korte rode kamerjas over mijn schouders geworpen en zet de deur op een kier.
Hij kijkt me schuw aan.
‘Honderd gulden met kapotje , zonder zoenen’, zeg ik koel.
‘Komt in orde ’ , schraapt zijn schorre stem.
Ik open de deur en wijs em naar de wastafel en de stoel .
‘Daar kun je je broek op leggen en je geval effe wassen.’
Er komt een blos schaam rood op zijn wangen.
Hij mompelt wat over een parkeer probleem en zijn vrouw die droog staat tusen haar benen.
Ik denk:
‘Ach , alweer zo’n prietpraatgrage vreemdganger.’
Voor er nog meer woorden uit zijn mond vallen heb ik de gordijnen met een hoorbaar gebaar gesloten, gooi mn kamerjas op een tafel bij het bed en klap de lakens open.
Dan hoor ik de man zwaar ademen.
Ik draai me om en zie hem vlakbij me staan.
‘Hoeveel kost het als jij boven op me gaat zitten?’ , vraagt ie iets te brutaal.
Hij heeft zijn hand op zijn kruis gelegd en wrijft over de bobbel tussen zijn benen……..
In mijn ogen ontstaat vuur.
Kordaat zeg ik met Amsterdams accent:
‘Nou, daar doen we niet aan meneer! En als dat u niet bevalt dan sodemieter je nu de deur uit!’
De man bind in, draait zich om en trekt langzaam zijn broek uit.
‘Doe je onderbroek ook maar meteen uit’, roep ik em bot toe.
Even later beweegt de man zich als een konijn tussen mijn benen.
Zijn harde piemel doet ook mee aan het spelletje
Hij heeft zijn armen gestrekt en kijkt naar mijn als een plumpudding bewegende borsten die wat uit mijn zwarte bh puilen.
Hij hijgt:
‘Hoeveel wil je hebben als je je bh naar beneden trekt?’
‘Vijftig gulden, meneer’, antwoord ik gelijk.
‘En als je er even aan wil zuigen het dubbele’, rap ik verder.
De man stopt met bewegen, kijkt omhoog en kermt:
‘Ja, goed, doe maar!’
Ik haal mijn ene borst uit mijn kanten kommen bh en bied hem een tepel aan.
Als een baby zuigt hij er aan.
Soms zelfs met een smak.
Ik hoor dat zijn adem sterker wordt en zeg:
‘Nu wil die andere wat!’
En biedt hem mijn wachtende borst aan.
Nog voor hij deze in zijn smachtende mond heeft en door hapt kreunt hij het vocht snel bonkend uit zijn lijf.
‘Vlotte jongen van me’, zeg ik spottend en klop op zijn klamme rug.
Hij wil me zoenen.
Ik duw hem snel van me af.
‘Nee meneer, dat hadden we niet afgesproken!’
Mijn stem klinkt als een kruideniers vrouw die achter de toonbank staat.
De man die net boven mijn lijf zijn vuil in mij porde, is uit mijn gedachten verdwenen nadat de deur met een klap dicht viel en zijn hakken nog even op de straat stenen na klakten.
Toen werd het stil.
Het gekletter van het water in de aluminium douchebak klinkt als muziek in mijn oren.
Ik boen mijn lichaam schoon.
Ont doe alle sporen van mijn huiverende lijf.
Straks trek in de deur dicht en ren naar mijn andere leven.
-
Recente
- VOORGOED VERTROKKEN
- DIGITAAL ARTIKEL OVER MIJN WERK
- WHERE IS MY BABY?????
- OR DO YOU RATHER WANT A GLIMP OF MY ART WORK?
- 43 SMALL FREE STORIES FROM HEKEL MY ALTER-EGO
- BOEROEBOEROEVROUW 26
- VERDORDE LIPPEN DIE HET LIEFST HUN GESLACHT IN MIJ WILLEN PORREN
- MAXIMA, DE DOMME MENING EN DE INTELLIGENTE MENING
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN « Isisnedloni’s Weblog
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN
- IK BEN EEN RODE VERDWIJNENDE STIP AAN DE HORIZON
- DE KNOESTIGE HOUTEN WOLKERS DOOD
-
Links
-
Archief
- april 2009 (1)
- november 2007 (4)
- oktober 2007 (27)
- september 2007 (24)
- augustus 2007 (29)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties