DE KIP, BLOEDMOOIE VROUW EN DRAAK
KIP, DRAAK EN BLOEDMOOIE VROUW
Op een dag verdwaalde Kip.
Ze kwam in een enorme grote stadstuin met een verscholen landhuis terecht en kon de weg terug niet meer vinden.
De bloedmooie Vrouw en de draakjes van het landhuis vonden het wel aandoenlijk zo’n rode gezellig scharrelende kip in ‘hun midden’.
Ze beval de draakjes onmiddellijk om de kip met rust te laten.
‘Ze is geen speelbal of avondeten!’ knisperde ze fel.
De draakjes bogen hun koppen en schaamden zich voor wat er binnen in hun stormachtige lijven plaats vond.
Ze beloofden plechtig dat ze de kip met rust zouden laten.
Geen haar op hun hoofd die er aan dacht de kip te krenken.
Laat staan op te eten.
De enige die moeite had met het verschijnsel draak, was kip zelf.
Telkens als ze op een flinke afstand een kop van een draak zag, zette ze em op het lopen.
Ze maakte daarbij angstige piepkleine gilletjes.
Nadat dit tafereel zich te vaak in het zicht van Vrouw had voltrokken, besloot ze er iets aan te doen.
Vrouw trommelde de trillende Kip en een van de draken op, zette ze tegenover elkaar aan het ronde tafeltje onder het prieel in de weldadig begroeide tuin.
Ze schonk sterke hete mint thee in de dikke hoge glazen.
Nadat ze gedrieen verwonderd naar de dampen van de thee hadden gekeken en Kip inmiddels was uitgetrild , sprak Vrouw:
‘Kip is bang voor jou, draak…….en daar moet verandering in komen.’
Kip zei niks.
Alleen de neiging tot trillen voelde ze in haar opgezette keeltje kloppen.
Kip kuchtte de angst weg.
Draak fronsde zijn wenkbrauw en zei met een hoog stemmetje:
‘Ik doe niks. Alleen het aanschouwen van mij brengt haar al tot waanzin.’
Draak slikte de brok in zijn keel weg.
Kip, die toch wou deelnemen aan het gesprek, schraapte al haar moed bij elkaar en zei sputterend doch verstaanbaar:
‘Ik ben bang voor het vuur in zijn mond. Voor je het weet ben ik een gebraden kip met knapperige welriekende korstjes!’
Vrouw en draak keken elkaar aan en konden het proesten wat in hun mond naar buiten wenste te ontsnappen nog net binnen houden.
Draak zette zijn meest vriendelijkste stem op, keek lief naar Kip en zei:
‘Ach, lieve Kip, ik spuug alleen maar vuur als ik erg boos ben. En op jou, jij lief klein wezentje zal ik nimmer boos kunnen worden. Je bent veels te klein voor mijn vuurspugende boosheid.’
Kip veranderde van zit en knoopte dit gegeven goed en wel in haar oren.
Nadat alle sporen van angst uit haar ronde lijfje verdwenen, nam ze haar goede voornemens bij de kladden, slurpte een bodempje thee hoorbaar leeg en fladderde even later richting het hoofd van de draak.
De ogen van de draak glunderden en in plaats van Kip ter plekke te barbequen, zette draak zijn grootste glimlach op zijn mond.
Toen Kip met al haar verzamelde moed op draaks kop belandde en daar ponificaal ontspannen bleef zitten, ontspruitte bij Vrouw, draak en Kip weldra een buldering van lachen.
De bulder klonk ver door de stad.
Ook Hoer en Hond hoorden het en wisten toen dat kip veilig was.
Nog geen reacties.
Plaats een reactie
-
Recente
- VOORGOED VERTROKKEN
- DIGITAAL ARTIKEL OVER MIJN WERK
- WHERE IS MY BABY?????
- OR DO YOU RATHER WANT A GLIMP OF MY ART WORK?
- 43 SMALL FREE STORIES FROM HEKEL MY ALTER-EGO
- BOEROEBOEROEVROUW 26
- VERDORDE LIPPEN DIE HET LIEFST HUN GESLACHT IN MIJ WILLEN PORREN
- MAXIMA, DE DOMME MENING EN DE INTELLIGENTE MENING
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN « Isisnedloni’s Weblog
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN
- IK BEN EEN RODE VERDWIJNENDE STIP AAN DE HORIZON
- DE KNOESTIGE HOUTEN WOLKERS DOOD
-
Links
-
Archief
- april 2009 (1)
- november 2007 (4)
- oktober 2007 (27)
- september 2007 (24)
- augustus 2007 (29)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties