DE NACHT VERSLINDT MIJ
Vannacht ging er iets in mij dood.Ik kon er niets tegen doen.Omdat iets stierf werd ik in een andere wereld getrokken.
Een wereld waar ik niet van hou.
Een wereld die koud is en hard.
Het is een wereld zonder verlangen.
Zonder liefde.
Zonder hoop.
Telkens stromen de tranen uit mijn ogen en kiest mijn mond voor de woordeloosheid.Ze voelt aan alsof ze niet meer open wil.
Mijn lippen persen zich op elkaar zonder het warm vochtig voelen als voorheen.
De fonkeling in mijn ogen heeft ook al zo laf de benen genomen samen met het vuur van mijn ziel.
Ik vraag me af of ik wel zo verder wil leven in de kilte van mijn gevangen mooie lijf dat smachtend wacht op een verlangen dat telkens wordt ondergesneeuwt , dood wordt getrapt, opzij wordt gejakkert door de tijd, de afstand en knagende niet uitgenodigde ratjes op mijn weg.
Telkens worden er stukjes uit mij gehakt.
Stukjes die mooi zijn en in mij moeten blijven leven.
Ik vraag me af hoelang het nog duurt voor ik geheel met huid en haar ben opgegeten.
Van binnen voelt het immers al leeg, alsof mijn ziel wegsijpelt, mijn lijf langzaam sterft en ik alles uit mijn omgeving verloren heb door een woeste vulkaan die zonder gewetens wroeging bulderend zijn intrede deed, mijn leven omhoog tilde en me daarna vervolgens met een enorme donderslag hard laat vallen zodat alles,
alles uit een spat,
te pletter valt,
aan stukken splijt ,
met scherpe spatten uit elkaar barst.
Het blijft maar kletteren om mij heen met stortvloeden van niet meer te lijmen elementen en warse innerlijke structuren die zich telkens weer van de buiten wereld willen afzonderen en ingraven.
Ook de enkele lijntjes die ik met andere levende wezens heb blijken in deze nacht te dunne draadjes van losgelaten ballonnen te zijn die nu vluchtig en vlot het ruim kiezen.
Mijn handen proberen nog naar ze te grijpen maar het lukt niet meer.
Hoe hard ik ook ren.
Hoe hoog ik ook spring, van grijpen was geen sprake meer.
Alles zo ver weg.
Alles zo ver heen.
Alles zo verwrongen alleen als een roepende in de woestijn van de enkeling.
Alles verslonden door een donkere grinnikende draaikolk die met haar grote open gesperde bek op me af komt en alles verslindt wat me lief is.
De nacht.
Ze verpletterde me.
Vannacht deed ze dat.
Nog geen reacties.
Plaats een reactie
-
Recente
- VOORGOED VERTROKKEN
- DIGITAAL ARTIKEL OVER MIJN WERK
- WHERE IS MY BABY?????
- OR DO YOU RATHER WANT A GLIMP OF MY ART WORK?
- 43 SMALL FREE STORIES FROM HEKEL MY ALTER-EGO
- BOEROEBOEROEVROUW 26
- VERDORDE LIPPEN DIE HET LIEFST HUN GESLACHT IN MIJ WILLEN PORREN
- MAXIMA, DE DOMME MENING EN DE INTELLIGENTE MENING
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN « Isisnedloni’s Weblog
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN
- IK BEN EEN RODE VERDWIJNENDE STIP AAN DE HORIZON
- DE KNOESTIGE HOUTEN WOLKERS DOOD
-
Links
-
Archief
- april 2009 (1)
- november 2007 (4)
- oktober 2007 (27)
- september 2007 (24)
- augustus 2007 (29)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties