OPGETROKKEN BOVENLIP
Er leunt een tandeloos mannetje tegen een zalmkleurige gebarsten muur. Bij zijn voeten slaapt een uitgemergelde hond.
In de verte plakt een krakkemikkige vrachtauto zich schommelend en klotsend over de weg. Hij wringt zich door de smalle dorpsstraten en parkeert voor een gammel huisje wat als winkel doorgaat. De twee kisten met groenten en fruit, een enorme rechtopstaande kartonnen ijslolly, verraden dat.
Het water op mijn gezicht prikkelt mijn huid en lijkt de binnenkant van mijn mond zich te veranderen in een verse zee als ik het koude vocht gretig door slik en het hoorbaar opslurp.
Het lijkt wel of de waterpomp mij dingen wenst en me dat stiekem toefluistert.
‘Toe neem maar een bad. Zet een scherm rondom de pomp en vul de kuip met mijn warme water.Voeg wat olie toe en laat de bloesems er in vallen. Kom maar kind, je lijf is moe.’
Maar de pomp houdt zich koest en zwijgt met al zijn delen.
Ik wuif naar de man.
Hij wuift terug.
Ik loop op hem af.
De scharminkel hond heft zijn kopje en tegelijk een bovenlip op.
Ik blijf op een afsctand en vraag waar het station is. De tandeloze man kijkt mij aan met een blik in zijn ogen alsof hij de hel heeft zien branden. En die blik is van plan om nimmer meer van zijn gezicht af te glijden.Hoe hij ook zal trekken of duwen. Het lukt hem niet.
Hij schudt met zijn hoofd, mummelt wat door de gaten van zijn mond en wijst een paar keer met zijn hand naar verschillende richtingen. Het scharminkel gromt .
Ik luister naar het dier en vertrek.
Over een uur vertrekt mijn trein.
Die trein brengt mij ergens naar toe.
Naar een stad die ik niet ken.
Het doet niet meer ter zake wie ik ben.
Zolang ik maar niet diegene ben wie ik was.
Het doet ook niet ter zake waar ik naar toe ga. Zolang het weg is van hier stemt mij dat tevreden. Waarom weet ik ook niet. Zelfs dat doet niet terzake.
Vlak voor ik in slaap val en mezelf laat wegvoeren op de cadans van de knarsende railsen, ontpoppen zich gedachten in mijn moede hoofd.
Ik hoef mijn hersens er niet eens voor te schrapen.
Ze grommen vanzelf uit mijn schedel:
‘Het maakt wel degelijk uit dat ik ooit , in een ver zwart verleden, slachtoffer was van geweld, dreiging van, bescherming of ontvoering van mijn kind. . Van chantage pogingen tot neerslaan tot stompen, van vechten tot neerslaan, van lawaaiig wakker houden to brand…tot alles. Het maakt wel degelijk uit dat dit ooit gebeurd is.
Al die constante bewegingsgijzelingen. Omdat de vrijheid heeft gewonnen, de oorlog daarom wat verstomd is en ik mij als ‘overlevende van’ verder kan vermommen.
Ik zie ik door de spleten van mijn af en toe alert glurende ogen dat het landschap steeds woester wordt.
-
Recente
- VOORGOED VERTROKKEN
- DIGITAAL ARTIKEL OVER MIJN WERK
- WHERE IS MY BABY?????
- OR DO YOU RATHER WANT A GLIMP OF MY ART WORK?
- 43 SMALL FREE STORIES FROM HEKEL MY ALTER-EGO
- BOEROEBOEROEVROUW 26
- VERDORDE LIPPEN DIE HET LIEFST HUN GESLACHT IN MIJ WILLEN PORREN
- MAXIMA, DE DOMME MENING EN DE INTELLIGENTE MENING
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN « Isisnedloni’s Weblog
- SCHADUWEN DIE MIJ NIET TOEBEHOREN
- IK BEN EEN RODE VERDWIJNENDE STIP AAN DE HORIZON
- DE KNOESTIGE HOUTEN WOLKERS DOOD
-
Links
-
Archief
- april 2009 (1)
- november 2007 (4)
- oktober 2007 (27)
- september 2007 (24)
- augustus 2007 (29)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties